Geluk laat zich niet vinden of afdwingen
het verschijnt waar samenhang wordt hersteld
in jezelf, tussen ons, en in de structuren waarin we leven
Gaandeweg is het inzicht ontstaan om gezondheid en geluk anders te interpreteren. Niet als doelen waar je naartoe werkt, maar als iets dat ontstaat wanneer verschillende lagen in een mens met elkaar in gesprek blijven.
We hebben een lijf en een hoofd. Beiden zijn intelligent, maar ze spreken een andere taal en bewegen in een ander tempo. Het hoofd ordent, plant en analyseert. Het lijf voelt, reageert en herinnert zich op een diepere laag. Wanneer die twee elkaar kwijtraken, ontstaat spanning en vervreemding, zichtbaar in stress, aanhoudende onrust of lichamelijke klachten die zich niet eenvoudig laten verklaren. Om die samenhang beter te begrijpen, is een eenvoudig denkkader handig. Een ordening die helpt om jezelf terug te vinden wanneer je uit balans raakt, en die je ook nog eens richting geeft wanneer je zoekt naar je innerlijke kompas.
In het hoofd spelen vooral vier krachten een rol: Gedachten, die voortdurend betekenis geven aan wat we meemaken. Geheugen, rationeel en feitelijk, waarmee we onszelf en de wereld verklaren. Gewoontes, hardnekkig en efficiënt, maar lastig te veranderen. En Gewaarwording: bewustzijn, onbewust en onderbewust, waarin veel meer wordt opgeslagen dan we denken. Soms voel je het in een vorm van intuïtie.
Het lijf communiceert subtieler, maar minstens zo krachtig. Daar gaat het om: Gevoel, dat onmiddellijk reageert op wat goed voelt of juist ongemakkelijk. Gemoed, de staat van energie en vitaliteit. Geheugen, emotioneel en lichamelijk, dat ervaringen vasthoudt zonder woorden. En Geliefd zijn, je veilig, gezien en gewaardeerd voelen.
Hoofd en lijf in balans
Wanneer al deze G’s ruimte krijgen en met elkaar in verbinding blijven en redelijk tot goed communiceren, ontstaan er twee bijvangsten: Geluk en Gezondheid. Omdat er samenhang is. Omdat niets structureel wordt buitengesloten. In ons streven naar gezondheid en geluk helpt het om hier vaker bij stil te staan.
Gezondheid en geluk laten zich namelijk niet afdwingen. Ze zijn geen doelen die je bereikt door harder je best te doen, maar signalen die je laten ervaren hoe jouw geheel functioneert. Waar hoofd en lijf, denken en voelen, herinnering en gewaarwording met elkaar verbonden blijven, daar ontstaat innerlijke kracht en veerkracht. Mensen herstellen sneller, blijven nieuwsgierig en veranderingsgezind, en ervaren richting in wat zij doen.
Waar die samenhang echter langdurig ontbreekt, ontstaan klachten, vermoeidheid en vervreemding. Vaak pas zichtbaar wanneer het al langere tijd duurt. Gezondheid en geluk zijn daarmee geen eindpunten, maar betrouwbare indicatoren van jouw interne afstemming, jouw vier plus vier G’s: 4 + 4 = 10
In het dagelijks leven raakt die samenhang vaak verstoord. Het hoofd neemt het voortouw en het lijf volgt te laat. Gewoontes krijgen meer zeggenschap dan gevoel. Presteren verdringt nabijheid. En ergens onderweg raakt die afstemming vertroebeld. Wat wil jij zelf eigenlijk? En dan is jouw eerste vraag begrijpelijk maar misleidend: Waar wordt ik gelukkig van?
De parallel met dynamische organisaties
Wat zich in mensen afspeelt, zien we ook terug in organisaties. De top van een organisatie functioneert vaak als het hoofd: strategisch, rationeel, gericht op plannen, cijfers en verantwoording. De uitvoering vormt het lijf: daar wordt het werk gedaan, het product gemaakt, daar worden klanten of burgers ontmoet, daar wordt gevoeld wat werkt wel en wat niet. Tussen hoofd en lijf liggen lagen. En hoe groter de afstand, hoe groter de kans dat de communicatie vervormt. Signalen uit de uitvoering bereiken de top gefilterd of afgezwakt. Verhalen worden samenvattingen. Ervaringen worden rapportages. Gevoel wordt ruis. Wat van boven naar beneden terugkomt, sluit vervolgens steeds minder aan bij wat werkelijk wordt gevoeld in de organisatie. Taal overheerst ervaring. Richtlijnen overrulen vakmanschap. Mensen voelen zich minder gehoord, minder gezien, minder gewaardeerd in hun werk. Vaak vanuit goede intenties, maar met een haperende verbinding. Net als bij mensen ontstaat ook hier ongezondheid zelden door één verkeerde beslissing. Dit is een organisatiecultuur die sluimerend groeit, soms vanuit gemak, meestal door groei in omvang en gebrek aan werkelijke afstemming. Door het uit elkaar lopen van hoofd en lijf.
Organisaties floreren veel beter wanneer diezelfde G’s weer ruimte krijgen: wanneer ‘hoofd’ en ‘lijf’ elkaar ontmoeten, wanneer strategische plannen worden gebaseerd op de toegevoegde waarde en ervaring binnen de organisatie (core business), wanneer gewoontes en bedrijfscultuur bespreekbaar blijven, en wanneer mensen zich gewaardeerd en gehonoreerd weten binnen het geheel. Dan ontstaat er iets bijzonders: betrokkenheid zonder dwang, eigenaarschap zonder uitputting, en werk dat bijdraagt aan welzijn in plaats van eraan te knagen.
Gezonde organisaties herkennen zichzelf aan de ruimte die zij laten voor samenhang. Gelukkige mensen aan het vermogen om zichzelf te blijven. Waar die twee elkaar ontmoeten, ontstaat duurzaamheid die verder reikt dan cijfers alleen. Daar wordt zichtbaar dat welzijn geen extra thema is, maar een fundament onder hoe wij werken, zorgen en samenleven. Met andere woorden, een fundament onder onze samenleving. Hoe organiseren we dit zo dat het gedragen wordt en blijft, ook wanneer belangen en druk toenemen, en schaalgrootte omvangrijk?
