Wat gezien wordt vindt richting
De continue aandacht voor euro’s, zoals we die al jaren kennen, heeft ervoor gezorgd dat we al van kinds af aan focussen op prestaties en prestige. De buitenkant. Materialisme. De extrinsieke waarden. Van rapportcijfers op school tot de merklabels van onze jeans. Van de nieuwste versie iPhone tot het aantal views en likes op Insta of TikTok. Ondertussen regent het drop-outs, burn-outs, en zijn zelfhulp podcasts en retreat-centers booming. Er is behoefte aan iets anders. “Ik kan dit misschien wel volhouden, maar ik wil dit gewoonweg niet.” En dat geldt niet alleen voor jongeren.
Een gebouw als metafoor
Stel je onze samenleving voor als een groot gebouw. Generaties lang is eraan gebouwd, verbouwd en bij gebouwd. Logisch, maar dat grote gebouw is eigenlijk te klein voor alle mensen daarbinnen, te groot voor het stuk land waarop het is gebouwd. Delen zijn niet goed bereikbaar, trappen komen uit op blinde muren. We zijn het overzicht kwijt.
Neem de leidingen waardoor het water stroomt, oftewel de geldkranen. Ooit aangelegd om welvaart met iedereen te delen, inmiddels verkalkt op plekken waar het ’t minst naartoe stroomt. Neem de kamers zelf. Sommige kampen met scheuren in de muren die dieper gaan dan de zoveelste stuc-laag. Bovenin, in de penthouses, is intussen alles piekfijn. Ze zijn er later opgezet. Marmer, uitzicht, klimaatbeheersing, voor de enkelen die zich dat kunnen veroorloven. En de oorspronkelijke ventilatie was ontworpen om het hele gebouw van frisse lucht te voorzien, maar in de praktijk houdt die nu ergens halverwege op. Onderin, op plekken waar veel wordt gewerkt, wordt de lucht benauwder. De bewoners daar hebben meer gezondheidsklachten. Bovenin merkt men er weinig van. De klachten uit de kelders en dichtbij de drukke straten dringen simpelweg niet door tot de bovenverdiepingen. En wat je niet echt zelf voelt, daar maak je je minder druk om. Vooral als de goederenliften en geldkranen naar de hogere verdiepingen goed blijven werken.
Het is geen gebouw dat je even sloopt. Er is geen tijdelijke andere huisvesting, geen tijdelijke andere samenleving. Dus renoveren we, ruimte voor ruimte, terwijl het gebouw in gebruik blijft. Oh ja, er is ook nog een tuin, een park en ander groen om het gebouw heen. Maar dat is voor later.
Waarom laten de bovenste verdiepingen de kelder zo verkommeren? Niet omdat de bewoners daar slechte mensen zijn. Zet een enquête neer op elke verdieping, en je zal zien dat verreweg de meeste bewoners, acht op de tien, bereid zijn geld en tijd in te leveren om anderen te helpen. Onderzoek naar wat mensen werkelijk gelukkig maakt, bevestigt dat beeld. Werkelijk geluk vindt je immers niet in meer bezit, geld, status of macht, de extrinsieke waarden, maar juist in sociale verbinding, persoonlijke groei en purpose. Intrinsieke waarden.
Waarom het misgaat, het gebouw
Het probleem zit in een aantal belangrijke menselijke eigenschappen én het zit in structuren en systemen, of in de metafoor te blijven, het zit in de opzet van het gebouw. Laten we eerst eens kijken naar alle leidingen, gangen en ruimten. Ze gebruiken dezelfde verbruiksmeters, en die meterstand leest alleen euro’s. De huurprijs van een appartement, de waarde van een verdieping, de rekening voor het onderhoud.
Of een verdieping leefbaar is, of de lucht er gezond is, dat zien we alleen op foto’s. Maar een bewoner op de zevende verdieping heeft met foto’s alleen, geen beleving of gevoel bij de begane grond langs de straatkant, laat staan de donkere kelders en bergruimten. Zolang het comfortabel is op die zevende verdieping en zolang het er mooi uitziet, is het goed. Notabene: “Waar zou je jezelf druk om maken? In de penthouses hebben ze het nog veel beter en zij hebben veel meer invloed. Laat hun het maar oplossen.” Tja, we weten uit ervaring dat we daarmee in een vicieuze cirkel ronddwalen. Maar hoe dan wel?
Eén nieuw systeem, in plaats van verbouwingen
Er is een kortere weg: één meetsysteem toevoegen dat door het hele gebouw heen werkt. Een systeem met sensoren die de leefsituatie per ruimte weergeeft. En iedereen in het hele gebouw kan dat op ieder moment inzien. De sensoren geven weer hoe de bewoners/werknemers daar, het zelf ervaren. Iedere bewoner/werknemer heeft een gelijke stem, ongeacht wat hij verdient of doet, ongeacht de ruimte en verdieping binnen het gebouw.
Wat dat oplevert, is dat mensen niet alleen naar de bovenste verdiepingen gaan kijken, maar ook om zich heen. De deur naar de ruimte ernaast is vrij gemakkelijk te openen. En als je weet dat het daar prettiger is, fijner, vriendelijker, gezonder, waarom niet? Je kunt altijd aankloppen en vragen of je even binnen mag kijken. Het echt beleven. En als het goed bevalt is de kans groot dat je daar vaker mag komen en misschien zelfs mag blijven.
Stel, je woont/werkt op die zevende en wilt iets met een goederenlift naar jouw verdieping laten komen. Je realiseert je, je weet zelfs vanuit de sensors, dat je daarmee iets besteld dat beter is voor de leefomgeving en fijner voor de mensen daar, dan zou dat jouw keuze kunnen beïnvloeden. Toch? Je helpt de samenleving positief te ontwikkelen door het goede te belonen. De ruimtes waar de mensen prettig wonen en werken krijgen zo meer werk en groeien ten koste van de ruimtes waar de mensen het minder naar hun zin hebben.
Wat lezen we dan precies af met die sensors?
Niet een abstract cijfer, maar antwoorden op een paar concrete vragen, steeds opnieuw gesteld aan wie er woont/werkt. Voel je je hier gezien door de mensen om je heen? Kun je hier groeien, iets leren, jezelf ontwikkelen? Is er ruimte voor een goed gesprek, of jaagt iedereen langs elkaar heen? Is de lucht hier gezond, is er daglicht, is er rust? Word je eerlijk beloond voor wat je bijdraagt? De antwoorden worden per ruimte samengevoegd tot twee simpele signalen. Eén score voor menselijkheid: hoe gelukkig maakt deze plek de mensen die er wonen of werken, hoe hoger hoe beter. En één grens voor leefomgeving: zit deze plek boven of onder het minimum dat gezond is om in te leven. Geld blijft daarnaast zichtbaar als de meter die er altijd al was: genoeg om het dak dicht te houden en het comfort op peil te houden. Er is niet per sé meer nodig dan dat, want dan verdwijnt het hoogstwaarschijnlijk via de geldkranen richting de penthouses.
Drie plekken waar het landt
Het kunnen aflezen van die sensoren werkt pas echt goed als het ondersteuning krijgt vanuit drie plekken binnen het gebouw.
De eerste plek zijn de huisregels: hoe gaan we met elkaar om? Niet een dik boek dat wordt vastgesteld, dat ieder jaar dikker wordt en in een la verdwijnt, maar een soort van ethisch convenant dat meebeweegt: elk jaar wordt opnieuw gevraagd wat de bewoners belangrijk vinden, en die lijst ontwikkelt zichzelf in de loop van de tijd. Zo’n ethisch convenant beantwoordt een simpele vraag: waar ben je trots op als bewoner binnen dit gebouw, en merk je dat je buren dit ook belangrijk vinden?
De tweede plek is het gekozen bestuur en de Vereniging van Eigenaren (VVE): het kiesstelsel. Nu kiezen bewoners een (politiek) bestuur in de vorm van personen met hun ideeën (partijprogramma’s). Daarna volgt een proces van onderhandelen over die verschillende ideeën en ontstaat er compromis beleid. Terwijl de bewoners liever zouden kiezen voor een duidelijke koers voor de lange termijn. Dus stel, je kiest eerst voor een complete en duidelijke koers en kiest daarna de meest geloofwaardige mensen die het kunnen realiseren: het bestuur. Dat klinkt toch logisch? Daar komt een tweede vernieuwing bij: naast het gekozen bestuur komt er een vaste bouwcommissie, met een zetel voor constructeurs en echte materiaaldeskundigen (wetenschappers).
Zij besturen niet zelf. Hun taak is specifiek: voor elke grote renovatierichting die onder de bewoners leeft – de een wil dat iedere verdieping zijn eigen zaken regelt, de ander wil juist gezamenlijk beheer, een derde legt het accent op duurzame materialen – werken zij een doorgerekende, haalbare variant uit: neo-liberaal, sociaal-democratisch, groen-rechts etc. Bewoners kiezen dan niet tussen vage beloftes, maar tussen uitgewerkte langere termijn beleidsplannen, elk onderbouwd met betrouwbare vakkennis.
De derde plek is het bezit van het gebouw zelf. Niet door een verdieping van de een af te pakken en aan de ander te geven, maar door ook de huurders een stem te geven en zo de VVE te vergroten. Wie jaren op een verdieping werkt, bouwt via een coöperatie of gekoppelde pensioenregeling geleidelijk mede-eigenaarschap op. Een stukje van de verdieping verschuift zo van de oorspronkelijke eigenaar naar de huurder, die zich er jarenlang voor heeft ingezet. Zo verrijkt de waarde van het gebouw niet alleen de eigenaren, maar ook de huurders. En het verrijkt menselijke motivatie en betrokkenheid door eigenaarschap te geven. Onderschat niet wat dat doet met mensen. Verbeteringen zijn niet alleen bouwkundig van aard.
Waarom het misgaat, de mens
Het gaat niet alleen mis door de constructie van het huidige het gebouw en de huidige verbruiksmeters, maar ook door onze menselijke eigenschappen. Denk aan de hunkering naar aandacht en waardering. Onze maatschappelijke (financiële) focus en opvoeding gericht op prestatie en prestige. Onze interesse in status, maar ook in roddelen, misgunnen. Behoefte aan sociale verbindingen. Bij een groep willen horen. Groepsgedrag. En niet te vergeten het gedrag van een paar zeer sterke alfa-mannetjes. Onze angst. Verwachtingen. Onze behoefte om onze eigen interesses, talenten en purpose na te streven. Het is niet voor niets dat zelfhulp programma’s en retreat-centers, de oplaadstations van onze huidge maatschappij, booming business zijn.
Daarnaast is er nog een fundamentele menselijke behoefte die apart benoemd mag worden: overtuiging of geloofsovertuiging. De behoefte aan het kunnen verklaren van alles dat ongrijpbaar is. Spiritualiteit, een levensfilosofie, religie, een sterke ideologische overtuiging. Ieder mens mag zijn eigen netwerk en route naar betekenis kiezen. Het is daarmee kleurrijker. Alleen, wanneer een geloof gaat bepalen hoe de lift werkt of welke huisregels voor iedereen gelden, dan verschuift persoonlijke overtuiging naar een claim op de gedeelde ruimte. En een gedeelde ruimte werkt alleen menselijk als vrijheid en respect voor de medemens hand in hand gaan. Vandaar het eerder genoemde ethisch convenant. Verschillen duwen bewoners immers uit elkaar terwijl een samenleving juist beter werkt als we samenwerken. Daarom hoort overtuiging thuis in de ruimtes die daarvoor zijn ingericht: de kapel, de meditatieruimte, de huiskamerbijeenkomst.
Het fundament onder dit alles
Het systeem met sensoren, voor iedereen leesbaar, maakt zichtbaar wat bewoners collectief waarderen. Het zijn de persoonlijke waarden die bepalen wat daar precies uit voortkomt. Een bewoner die voor zichzelf weet wat hem werkelijk gelukkig maakt, geeft daarmee zelf gewicht aan diezelfde waarden in het systeem.
Dat is de weg naar een gebouw waarin de kelder weer frisse lucht krijgt, de kranen weer soepel draaien, en bewoners, van kelder tot penthouse, niet langer hoeven te kiezen tussen welvaart, menselijkheid of een leefbare wereld, maar gewicht geven aan wat zij democratisch gekozen, werkelijk willen. Daarmee kunnen we meer genieten van een leven binnen het gebouw dat onlosmakelijk samenhangt met de tuin, het park en de natuur buiten het gebouw.
We hebben jarenlang ons vertrouwen gegeven aan mensen in de top. We weten wat dat heeft opgeleverd. Willen we dat zo blijven voortzetten? Houden zij voldoende rekening met ons gezamelijk belang of duwen onze systemen ons steeds meer richting extremen? Onze omgeving heeft een bijzonder sterke invloed op ons. Maar ook wij als individuen hebben een bijzonder sterke invloed op onze omgeving. En dat laatste wordt vaak onderschat. Zouden we niet liever op onszelf durven vertrouwen? Samen met elkaar. Collectief. Intelligenter. Menselijker. Betrokken en extra invloedrijk via de sensoren en persoonlijke keuzes die we durven maken.
Resumee:
Bouw een systeem met sensoren voor menselijkheid en natuur, waarbij de uitslag toegankelijk en leesbaar is voor iedereen. Dan ontstaat er beweging in onze maatschappij.
Vul dat aan met een dynamisch ethisch convenant (1), een nieuw kiesstelsel gebaseerd op de lange termijn (2), en maak mensen mede-eigenaar van bezittingen (3).
Juist! En realiseer je: ieder mens komt compassievol ter wereld. Prestatie en prestige duwen dat gevoel soms grotendeels naar de achtergrond, maar het verdwijnt niet. Dit boek laat zien hoe het sensor-systeem, de drie pijlers en hoe we met elkaar en onszelf omgaan, samenhangen. We kunnen ze niet los zien van elkaar. Anders blijven de huidige systemen overheersen, waardoor alles grotendeels bij het oude blijft.
Laat dit boek jou inspireren, de samenhang uitleggen en meenemen in de verbeteringen. Als veel mensen in deze zelfde grootschalige verandering van onze maatschappij geloven, dan wordt hoop gedeeld. Als veel mensen erin gaan geloven wordt diezelfde hoop omgezet in vertrouwen, en leidt dat vertrouwen ons naar collectieve daadkracht voor volgende generaties, voor humanity.
